Examenreglement AchterhoekVO

 
EXAMENREGLEMENT

Ulenhofcollege locatie ‘t Beeckland


2017-2018
INHOUDSOPGAVE

VOORWOORD 4
Met vriendelijke groet, 4
HOOFDSTUK I  ALGEMENE BEPALINGEN 5
Artikel 1    Begripsbepalingen 5
HOOFDSTUK II  ALGEMEEN DEEL 8
Artikel 2 Examenreglement 8
Artikel 3 De examencommissie 8
Artikel 4 Toelating tot het eindexamen 8
Artikel 5 Afnemen eindexamen 8
Artikel 6 Indeling eindexamen; profielwerkstuk 8
Artikel 7 Onregelmatigheden 9
Artikel 8 Examenprogramma 10
Artikel 9 Begrenzing mogelijkheden vakkenkeuze kandidaten 10
Artikel 10 Programma van toetsing en afsluiting 10
HOOFDSTUK III HET SCHOOLEXAMEN 11
Artikel 11 Tijdstip schoolexamen 11
Artikel 12 Toegestane zaken examenlokaal 11
Artikel 13 Procedure bij verhindering schoolexamen 11
Artikel 14 Mededeling beoordeling schoolexamen 11
Artikel 15 Beoordeling schoolexamen 12
Artikel 16 Bezwaar tegen beoordeling van een schoolexamenonderdeel 12
Artikel 17 Herkansingsregeling Schoolexamen 12
Recht op herkansing 12
Inhoud van de herkansing 12
Vaststelling cijfer van schoolexamentoetsen ingeval van herkansing 12
Niet tijdig inleveren 13
Bijzondere gevallen 13
Examendossier 13
Afronding van het schoolexamen 13
Artikel 18 Herexamen schoolexamen vmbo 13
Artikel 19 Bewaring van het schoolexamenwerk 13
Artikel  20 Examendossier 13
HOOFDSTUK IV   HET CENTRAAL EXAMEN EN DE REKENTOETS 14
Artikel 21 Tijdvakken en afneming centraal examen 14
Artikel 22 Centraal examen in eerder leerjaar 14
Artikel 23 Opgave kandidaten centraal examen 14
Artikel 24 Regels omtrent het centraal examen 14
Artikel 25 Beoordeling centraal examen 15
Artikel 26 Beoordeling centraal examen cspe 15
Artikel 27 Vaststelling score en cijfer centraal examen 16
Artikel 28 Niet op regelmatige wijze afgenomen centraal examen 16
Artikel 29 Verhindering centraal examen 16
Artikel 30 De rekentoets 16
Artikel 31 Rekentoets voor kandidaten met ernstige rekenproblemen 17
HOOFDSTUK V UITSLAG, HERKANSING EN DIPLOMERING 18
Artikel 32 Eindcijfer eindexamen, inclusief rekentoets 18
Artikel 33 Vaststelling uitslag 18
Artikel 34 Uitslag eindexamen leerwegen vmbo in 2018 18
Artikel 35  Uitslag eindexamen vwo en havo in 2018 19
Artikel 36  Voorschriften cum laude in schooljaar 20
Artikel 37 Herkansing centraal examen 20
Artikel 38 Aantal toetsmogelijkheden (herkansingen) rekentoets 21
Artikel 39 Diploma en cijferlijst 21
Artikel 40 Certificaat 23
Artikel  41 Duplicaten en afgifte verklaringen 23
HOOFDSTUK VI OVERIGE BEPALINGEN 24
Artikel 42 Afwijking wijze van examineren 24
Artikel 43 Gegevensverstrekking 24
Artikel 44 Bewaren examenwerk 25
Artikel 45 Afwijkende inrichting examen 25
Artikel 46 Spreiding voltooiing eindexamen 25
HOOFDSTUK VII SLOTBEPALINGEN 26
Artikel 47 Onvoorziene omstandigheden 26
Artikel 48 Inwerkingtreding examenreglement 26



VOORWOORD


Geachte leerling, ouder, medewerker en belangstellende,

Voor u ligt het algemeen geldende examenreglement voor alle opleidingen voortgezetonderwijs (basis-, kader-, gemengde leerweg, mavo, havo, atheneum en gymnasium), die onderdeel uitmaken van de Stichting Achterhoek VO. 

Het bestuur kiest ervoor dit document uit te geven omdat het hier wettelijke kaders betreft waarbij het belangrijk is dat alle scholen dezelfde wettelijke regels hanteren.
Een aantal artikelen mogen volgens de wet door de individuele scholen worden opgesteld. Het betreft hier de artikelen 3, 13, 16, 17, 19 en een aanvulling in artikel 15.5.

Dit reglement is van toepassen voor het schooljaar 2017-2018. De regelgevingen gelden voor dit schooljaar en kunnen jaarlijks enigszins veranderen. Leerlingen die nu nog niet in het jaar zitten waarop ze hun centraal examen afleggen, moeten rekening houden met die veranderingen.

Dit document is gebaseerd op het eindexamenbesluit VO en het centrale regelement van Plex (Platform voor examensecretarissen). Het document is met alle zorgvuldigheid samengesteld. 
Mocht u toch nog een onduidelijkheid of onvolkomendheid ontdekken, wilt u dit dan melden aan uw schoolleiding.

Een verwijzing naar een artikel in dit reglement betreft altijd een artikel in dit document. Als naar andere artikelen wordt verwezen, dan wordt daarbij meteen verwezen naar het betreffende document.


Met vriendelijke groet,
Het bestuur van de Stichting Achterhoek VO


HOOFDSTUK I  ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

de Wet: de Wet op het Voortgezet Onderwijs;

Onze Minister: onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; 

inspectie: de inspectie bedoeld in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht; 

College van Bestuur: het bestuur van de Stichting Achterhoek VO; 

schoolleider: de eindverantwoordelijk voorzitter van de centrale directie cq. de rector van een school;

locatie-/sectordirecteur: een integraal leidinggevende van een locatie of sector van een school;

secretaris van het eindexamen: het personeelslid dat belast is met de organisatie van het examen;

examencommissie: een commissie die de schoolleider adviseert over alle zaken betreffende het examen;

Schoolleidersstatuut: statuut als bedoeld in artikel 32c Wet op het Voortgezet Onderwijs;

  mandaat: het doen uitoefenen door het lid centrale directie of de locatie-/sectordirecteur van aan de schoolleider wettelijk toegekende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden onder verantwoordelijkheid van de schoolleider;

vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs;

havo: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs;

mavo: middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs; 

vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 21 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs;

opleiding vavo: een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1., eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; 

school: een onderwijsinstelling met een eigen brinnummer, die ressorteert onder het bestuur van de Stichting Achterhoek VO;

schooljaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig jaar en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar;

kandidaat: een ieder die door de schoolleider tot het eindexamen 
of deeleindexamen wordt toegelaten;

examinator: degene die belast is met het afnemen van het examen
in een vak;

tweede examinator: degene die, naast de examinator, tevens belast is met de 
beoordeling van het cspe vmbo;

gecommitteerde: een gecommitteerde als bedoeld in artikel 36 van het Eindexamenbesluit;

leerweg: de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, de kaderberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 10d van de wet en de theretische leerweg, bedoeld in artikel 10 van de wet.

vakken: vakken, intrasectorale programma’s, intersectorale programma’s en andere programmaonderdelen; 

vakken behorende tot 
de beeldende vorming: tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving, fotografie film, audio-visuele vorming;

kunstvakken: de vakken behorende tot de beeldende vorming, alsmede muziek, drama en dans;

algemene vakken: vakken niet zijnde afdelingsvakken genoemd in artikel 26h, eerste lid, respectievelijk bedoeld in artikel 26i, eerste lid van 
                                                             het Inrichtingsbesluit W.V.O., en niet zijnde intrasectorale of intersectorale programma’s als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van dat besluit;

profielwerkstuk: het in artikel 6 bedoelde profielwerkstuk;

toets: een toets met schriftelijke of mondelinge vragen en opdrachten of een praktische opdracht; 

rekentoets: centrale rekentoets die een verplicht onderdeel is van het eindexamen;

eindexamen: een examen ten minste in het geheel van de voorgeschreven vakken. 

eindexamen vmbo: een eindexamen dat leidt tot een diploma vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg, de basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg; 

deeleindexamen: een examen in één of meer van de voor het eindexamen voorgeschreven vakken aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs;

schoolexamen: het deel van het eindexamen dat door de school, volgens een vastgesteld Programma van Toetsing en Afsluiting wordt 
afgenomen;

cspe: centraal schriftelijk en praktisch examen in een 
beroepsgericht programma;

herkansing: het opnieuw deelnemen aan een toets van het centraal examen of het schoolexamen;

inhalen: het alsnog afleggen van een eerder gemist (school)examen;

verhindering: afwezigheid met opgaaf van reden;

onregelmatigheid: het op arglistige wijze geven van een onjuiste voorstelling van zaken, in eigen of andermans belang, door bijvoorbeeld vervalsing van administratie of ontduiking van de voorschriften;

College voor Toetsen en Examens: College voor Toetsen en Examens, genoemd in artikel 2, eerste 
lid van de Wet College voor toetsen en examens;

examenstof: de aan de kandidaat te stellen eisen;

DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs (voorheen CFI en IB-groep);

Eindexamenbesluit Eindexamenbesluit VO.



HOOFDSTUK II  ALGEMEEN DEEL


Artikel 2 Examenreglement

1. De schoolleider stelt voor de school een examenreglement vast aangepast aan de organisatie van de inrichting van het onderwijs en de begeleiding op de school. Het examenreglement omvat procedurele en organisatorische regelingen ter uitvoering van het schoolexamen en het centraal examen alsmede inhoudelijke bepalingen.
2. Het examenreglement wordt door de schoolleider vóór 1 oktober toegezonden aan de inspectie, geplaatst op de website van de school en op verzoek verstrekt aan de kandidaten en voor zover de kandidaten minderjarig zijn aan hun ouders/verzorgers. 


Artikel 3 De examencommissie

Bestaande uit: voorzitter dhr. S. Stans en secretaris mw. B. Terwel. 


Artikel 4 Toelating tot het eindexamen

1. De leerlingen van de school worden in de gelegenheid gesteld ter afsluiting van de opleiding een eindexamen af te leggen.
2. Kandidaten die niet als leerling aan de school zijn ingeschreven, kunnen onder voorwaarden in de gelegenheid worden gesteld aan de school eindexamen af te leggen.

Artikel 5 Afnemen eindexamen

1. De schoolleider en de examinatoren nemen het eindexamen af. Het College van Bestuur is hiervoor verantwoordelijk.
2. De schoolleider wijst een of meer van de personeelsleden aan tot secretaris van het eindexamen. 

Artikel 6 Indeling eindexamen; profielwerkstuk

1. Het eindexamen kan voor ieder vak bestaan uit een schoolexamen, uit een centraal examen dan wel uit beide.
2. Het schoolexamen vwo, havo en vmbo kan mede een maatschappelijke stage omvatten.  
3. Het schoolexamen vwo en havo omvat mede een profielwerkstuk. Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel.
4. Het profielwerkstuk heeft betrekking op één of meer vakken van het eindexamen. Ten minste één van deze vakken heeft een omvang van 400 uur of meer voor vwo en 320 uur of meer voor havo.
5. Het profielwerkstuk wordt beoordeeld met een cijfer. Het profielwerkstuk dient voor het eerste tijdvak van het centraal examen te worden afgerond.  
6. Het schoolexamen vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg en de gemengde leerweg omvat mede een profielwerkstuk. Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in de desbetreffende sector. Het profielwerkstuk heeft betrekking op een thema uit de sector waarin de leerling het onderwijs volgt. 
7. Het profielwerkstuk moet beoordeeld zijn met de kwalificatie ‘voldoende’ of ‘goed’ om te kunnen slagen voor het vmbo-diploma. Het profielwerkstuk dient voor het eerste tijdvak van het centraal examen te worden afgerond.

Artikel 7 Onregelmatigheden

1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, dan wel zonder geldige reden afwezig is, kan de schoolleider maatregelen nemen.
(voorbeelden van onregelmatigheden zie artikel 7.5)
2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, zijn:
a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen, de rekentoets of het centraal examen;
b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen 
van het schoolexamen, de rekentoets of het centraal examen;
c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van 
het schoolexamen, de rekentoets of het centraal examen;
d. het bepalen dat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in de door de schoolleider aan te wijzen onderdelen.
Indien het hernieuwd examen, bedoeld in de vorige volzin, betrekking heeft op één of meer onderdelen van het centraal examen, legt de kandidaat dat examen af in een volgend tijdvak van het centraal examen.
3. Alvorens een beslissing ingevolge het tweede lid wordt genomen, hoort de schoolleider de kandidaat. De kandidaat kan zich door een door hem aan te wijzen meerderjarige laten bijstaan. De schoolleider deelt zijn beslissing mee aan de kandidaat, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk. In de schriftelijke mededeling wordt tevens gewezen op het bepaalde in het vierde lid. De schriftelijke mededeling wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat, indien deze minderjarig is.
4. De kandidaat kan tegen een beslissing van de schoolleider in beroep gaan bij de door het College van Bestuur van de school ingestelde Commissie van Beroep. Van de Commissie van Beroep mag de schoolleider geen deel uitmaken. Het beroep wordt binnen vijf dagen nadat de beslissing schriftelijk ter kennis van de kandidaat is gebracht, schriftelijk bij de Commissie van Beroep ingesteld. De Commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken na ontvangst van het beroepschrift tenzij zij de termijn met redenen omkleed heeft verlengd met ten hoogste twee weken.
De Commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het tweede lid. De Commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de kandidaat, aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan de schoolleider en aan de inspectie.

Adres van de Commissie van Beroep: Postbus 159, 7000 AD Doetinchem
De Commissie van Beroep bestaat uit de volgende 3 personen:
- De heer H.F.P. Grondman, voorzitter
- De heer drs. G.H. Dales
- De heer W. Mak
De beslissing van de Commissie van Beroep is bindend voor alle partijen.

5. Onder een onregelmatigheid wordt in elk geval verstaan:
a. het op onrechtmatige wijze vooraf kennis verkrijgen van opgaven van het schoolexamen en/of het centraal examen;
b. het tijdens het schoolexamen en/of centraal examen bij zich hebben van middelen die
op de aan de orde zijnde stof betrekking hebben, dan wel van andere middelen die de uitslag kunnen beïnvloeden, zonder dat dit blijkens de omschrijving in het examenreglement en/of programma van toetsing en afsluiting is toegestaan;
c. het tijdens het schoolexamen en/of het centraal examen mondeling, schriftelijk of anderszins communiceren met anderen zonder uitdrukkelijke toestemming van de toezichthouder op het examen;
d. spieken, het plegen van plagiaat (onrechtmatige toeëigening van geestesvoortbrengselen van een ander) tijdens het schoolexamen en/of het centraal examen;
e.       het zonder geldige reden, ter beoordeling van de schoolleider, te laat komen of afwezig 
          zijn gedurende een toets van het schoolexamen of een toets van het centraal examen.
f. het niet inleveren binnen de gestelde termijn van schriftelijk werk dat buiten het kader van een toets van het schoolexamen valt, maar wel deel uitmaakt van het schoolexamen zonder dat er naar het oordeel van de schoolleider sprake is van overmacht.


Artikel 8 Examenprogramma

1. Onze Minister stelt voor elk van de onderwijssoorten examenprogramma’s vast, waarin zijn opgenomen: 
a. een omschrijving van de examenstof voor ieder eindexamenvak en
b. welk deel van de examenstof centraal zal worden geëxamineerd en over welke 
examenstof het schoolexamen zich uitstrekt.
De schoolleider stelt het examenprogramma vast van schooleigen programma-onderdelen die deel uit maken van het eindexamen, bijvoorbeeld voor het vak levensbeschouwing.
2. Een examenprogramma wordt vastgesteld per vak of per groep van vakken.
3. De examenprogramma’s voor zover het betreft leerwegen in het vmbo kunnen voorzien in differentiaties waaruit de leerling een keuze maakt.
4. De schoolleider kan een vmbo leerling of havo leerling in de gelegenheid stellen één of 
meer vakken op een hoger kwalificatieniveau (uit een hogere leerweg binnen het vmbo, het havo of vwo) te volgen en af te sluiten in plaats van het overeenkomstige vak op het “eigen” kwalificatieniveau. 

Artikel 9 Begrenzing mogelijkheden vakkenkeuze kandidaten

1. De kandidaten kiezen in welke vakken zij examen willen afleggen. Voor leerlingen geldt deze
keuze voorzover de schoolleider al dan niet in samenwerking met een of meer scholen, hen in 
de gelegenheid heeft gesteld zich op het examen in die vakken voor te bereiden. Indien sprake is van samenwerking tussen scholen, is artikel 2 van het Besluit samenwerking VO-BVE van toepassing. 
2. De kandidaten kunnen, voor zover de schoolleider hun dat toestaat, in meer vakken examen
afleggen dan in de vakken die ten minste tezamen een eindexamen vormen. Een examen als bedoeld in de eerste volzin heeft geen betrekking op vakken die overeenkomen met vakken die onderdeel zijn van dat eindexamen.
3. De schoolleider beslist, welke in artikel 8, derde lid, bedoelde differentiaties worden 
aangeboden.
4. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op kandidaten die deeleindexamen afleggen.


Artikel 10 Programma van toetsing en afsluiting

1. Vóór 1 oktober stelt de schoolleider een programma van toetsing en afsluiting vast dat in elk geval betrekking heeft op het desbetreffende schooljaar. In het programma wordt in elk geval aangegeven:
- welke onderdelen van het examenprogramma in het schoolexamen worden getoetst;
- de inhoud van de onderdelen van het schoolexamen;
- de wijze waarop het schoolexamen plaatsvindt;
- de tijdvakken waarbinnen de toetsen van het schoolexamen plaatsvinden, de herkansing daaronder begrepen;
- de wijze van herkansing van het schoolexamen;
- de regels voor de wijze waarop het cijfer voor het schoolexamen voor een kandidaat tot stand komt.
2. Het programma van toetsing en afsluiting (PTA) wordt vóór 1 oktober door de schoolleider toegezonden aan de inspectie, geplaatst op de website van de school en op verzoek verstrekt aan de kandidaten en voorzover de kandidaten minderjarig zijn aan hun ouders/verzorgers

HOOFDSTUK III HET SCHOOLEXAMEN

Artikel 11 Tijdstip schoolexamen

1. De schoolleider bepaalt het tijdstip waarop het schoolexamen aanvangt.
2. Het schoolexamen wordt afgesloten voor de aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen. 
3. De schoolleider kan in afwijking van het tweede lid een kandidaat die ten gevolge van ziekte of een andere van zijn wil onafhankelijke omstandigheid het schoolexamen niet heeft kunnen afsluiten voor de aanvang van het eerste tijdvak, in de gelegenheid stellen het schoolexamen in dat vak of in die vakken af te sluiten vóór het centraal examen in dat vak of in die vakken, doch na de aanvang van het eerste tijdvak. 
4. Indien de schoolleider gebruik maakt van de afwijkingsbevoegdheid in het derde lid, zendt hij de resultaten die zijn behaald met het schoolexamen en het profielwerkstuk zo spoedig mogelijk aan de inspectie, tenzij de schoolleider op grond van artikel 103b, tweede lid van de wet examengegevens samen met het persoonsgebonden nummer verstrekt aan de Dienst Uitvoering Onderwijs.

Artikel 12 Toegestane zaken examenlokaal

Voor het uitvoeren van de examenopdrachten in het examenlokaal mogen alleen die zaken het examenlokaal worden ingebracht, die voor de voorgeschreven en toegestane uitvoering van de opgaven noodzakelijk zijn. Persoonlijke bezittingen zoals tassen, boeken, elektronische apparatuur, mobiele telefoons en dergelijke behoren daar niet toe, met uitzondering van de toegestane hulpmiddelen die staan vermeld op de lijst van toegestane hulpmiddelen. De kandidaat maakt bij de schoolexamens uitsluitend gebruik van toegestane bronnen en draagt ervoor zorg dat medekandidaten geen gebruik kunnen maken van informatie of werk van de kandidaat zelf.


Artikel 13 Procedure bij verhindering schoolexamen

Deelname aan een zitting betekent, dat het eenmaal gemaakte werk zijn geldigheid behoudt. Leerlingen doen er goed aan voor de aanvang van een examenzitting zeer bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld ernstige ziekte of overlijden in de familie) en ook eigen ziekteverschijnselen te melden bij de examencommissie. In overleg met de examencommissie moet van tevoren duidelijk vastge¬steld worden of een leerling in zo'n geval in staat is aan het centrale examen deel te nemen. Zo niet, dan wordt de leerling naar het tweede tijdvak verwezen.
Een leerling die tijdens een zitting onwel wordt, kan onder begeleiding het examenlokaal verlaten. In overleg met de leerling beoordeelt de examencommissie of de door hen aangewezen persoon of de leerling na enige tijd verder kan werken. Als de leerling verder werkt, kan de gemiste tijd aan het einde van de zitting worden inge¬haald.
Als de leerling niet verder kan werken, kan de examencommissie waar nodig op grond van een medische verklaring, aan de inspectie verzoeken te beslissen, dat het voor een deel gemaakte werk ongeldig is. De leerling mag dan, als de inspectie het werk ongeldig verklaart, in het tweede tijdvak opnieuw aan het examenonderdeel deelnemen.
Als een leerling niet bij een zitting in het examenlokaal aanwezig kan zijn, maar wel in staat is aan het examen deel te nemen, worden uit¬sluitend via de inspectie opgaven ter beschikking gesteld.


Artikel 14 Mededeling beoordeling schoolexamen

1. Voor de aanvang van het centraal examen maakt de schoolleider op een nader vast te stellen tijdstip aan de kandidaat bekend, voor zover van toepassing:
a. welk cijfer of welke cijfers hij heeft behaald voor het schoolexamen;
b. de beoordeling van de vakken waarvoor geen cijfer wordt vastgesteld;
c. de beoordeling van het profielwerkstuk.

Artikel 15 Beoordeling schoolexamen

1. Het cijfer van het schoolexamen wordt uitgedrukt in een cijfer uit een schaal van cijfers lopende van 1 tot en met 10.
2. Indien in een vak tevens centraal examen wordt afgelegd, worden de in het eerste lid genoemde cijfers gebruikt met de daartussen liggende cijfers met 1 decimaal. 
3. In afwijking van het eerste lid worden het vak culturele en kunstzinnige vorming en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijke deel van elk profiel, beoordeeld met “voldoende” of “goed”. Deze beoordeling gaat uit van de mogelijkheden van de leerling en geschiedt op de grondslag van het genoegzaam afsluiten van de desbetreffende vakken, zoals blijkend uit het examendossier. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing op de kunstvakken en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijke deel van elke leerweg. 
4. In afwijking van het eerste lid wordt het profielwerkstuk en de stage beoordeeld met “voldoende” of “goed”. Deze beoordeling geschiedt op de grondslag van het genoegzaam voltooien van het profielwerkstuk, zoals blijkend uit het examendossier. Het profielwerkstuk wordt beoordeeld door ten minste twee examinatoren. (sectoronderzoek in de gemengd/theoretische leerweg)
5. Onder verwijzing naar artikel 35 (uitslag eindexamen voor vwo en havo in 2018)  wordt het combinatiecijfer bepaald uit het gemiddelde van de eindcijfers (bestaande uit gehele getallen) van de volgende onderdelen: maatschappijleer, profielwerkstuk. Het eindcijfer van elk afzonderlijk onderdeel mag niet lager zijn dan een 4. 
 6.    Onder verwijzing naar artikel 34 (uitslag leerwegen vmbo in 2018)  wordt het combinatiecijfer bepaald uit het gemiddelde van de eindcijfers (bestaande uit gehele getallen) van de beroepsgerichte keuzevakken. Het eindcijfer van elk afzonderlijk onderdeel mag niet lager zijn dan een 4. 

Artikel 16 Bezwaar tegen beoordeling van een schoolexamenonderdeel

Kenbaar maken bij de voorzitter van de examenbijeenkomst.

Artikel 17 Herkansingsregeling Schoolexamen

Recht op herkansing
Alle handelingsdelen van het schoolexamen die niet met ‘voldoende’ of ‘goed’ zijn afgerond, moeten herkanst worden voordat aan het centraal examen kan worden deelgenomen. 
Onderdelen van het schoolexamen die met een cijfer beoordeeld worden, zijn niet altijd herkansbaar. Dit kan per vak verschillen. Bij alle vakken is vooraf in het PTA aangegeven of de toets voor herkansing in aanmerking komt. Elke leerling mag aan het eind van elke periode één toets, waarvan het resultaat lager is dan 5,5 herkansen. 

Afwezigheid
Het recht op herkansing van toetsen is afhankelijk van redenen van afwezigheid op het moment van de toets. Het recht op herkansing vervalt als een leerling ongeoorloofd afwezig is op het moment van de toets. Een praktische opdracht of een verslag van een handelingsdeel moet, als een leerling op de inleverdatum geoorloofd afwezig is, door of namens de leerling worden ingeleverd op de eerstvolgende schooldag na de afwezigheid. 
Inhoud van de herkansing
Handelingsdelen kunnen alleen herkanst worden door het aanvullen of opnieuw uitvoeren van de oorspronkelijke opdracht. Toetsen moeten in hun geheel worden herkanst. Herkansingstoetsen hebben in beginsel dezelfde vorm, duur en zwaarte als de oorspronkelijke toetsen. Bij handelingsdelen/opdrachten bestaat de herkansing uit het alsnog of nogmaals deelnemen aan een activiteit en/of het nogmaals inleveren van een verslag van een activiteit.
Vaststelling cijfer van schoolexamentoetsen ingeval van herkansing
Voor toetsen waarvoor een leerling een herkansing heeft gedaan, geldt het hoogste van de twee toetscijfers.
Niet tijdig inleveren
Als delen van het schoolexamen niet zijn ingeleverd, is het schoolexamen niet afgesloten, en kan een leerling voor dat vak niet deelnemen aan het centraal examen.
Bijzondere gevallen
In bijzondere gevallen kan de schoolleiding een leerling een extra gelegenheid tot herkansing geven na de inspectie op de hoogte te hebben gesteld. 
Examendossier 
Het examendossier bevat alle onderdelen van het schoolexamen. De leerling bewaart alle overzichten van zijn beoordelingen van praktische opdrachten, zijn leesdossier, zijn stageverslag en andere handelingsdelen in overleg met de betrokken examinatoren in papieren vorm. Het al of niet bewaren van praktische opdrachten wordt aan de leerling overgelaten.
Voor het eventueel verlies van dossiers of praktische opdrachten is de leerling zelf verantwoordelijk. 
Afronding van het schoolexamen
Een leerling heeft het schoolexamen afgerond als alle toetsen en praktische opdrachten zijn gemaakt en beoordeeld en alle andere handelingsdelen met “voldoende” of “goed” zijn afgesloten. Als het schoolexamen niet is afgerond, kan de leerling niet aan het centraal examen deelnemen.

Artikel 18 Herexamen schoolexamen vmbo

1. De schoolleider kan bepalen dat de kandidaat die eindexamen of deeleindexamen aflegt, voor één of meer vakken van het schoolexamen waarin geen centraal examen wordt afgenomen, opnieuw kan afleggen, met dien verstande dat de schoolleider dit recht in elk geval verleent voor het vak maatschappijleer behorend tot het gemeenschappelijke deel van de leerwegen, indien de kandidaat voor dat vak een eindcijfer heeft behaald lager dan 6. Het herexamen omvat door de schoolleider aangegeven onderdelen van het examenprogramma.
2. De schoolleider stelt vast hoe het cijfer van het in het eerste lid bedoelde herexamen wordt bepaald. Het hoogste van de cijfers behaald bij het herexamen in een vak en bij het eerder afgelegde schoolexamen in dat vak geldt als het definitieve cijfer van het schoolexamen in dat vak.

Artikel 19 Bewaring van het schoolexamenwerk

Voor schoolexamens geldt geen wettelijk bewaartermijn. Het werk van het centraal examen van de leerlingen wordt gedu¬rende ten minste 6 maanden na de vaststelling van de uitslag bewaard door de examencommissie, ter inzage voor belangheb¬benden.

Artikel  20 Examendossier

Het schoolexamen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het geheel van de onderdelen van het schoolexamen zoals gedocumenteerd in een door de schoolleider gekozen vorm. Het examendossier voor het vmbo omvat tevens de resultaten die de leerling heeft behaald voor de vakken, bedoeld in artikel 26g, eerste lid van het Inrichtingsbesluit W.V.O. of artikel 26i, tweede lid van dat besluit, voor zover in die vakken geen eindexamen is afgelegd.

De in de laatste zin bedoelde vakken zijn de drie cq. twee eindexamenvakken waarin de leerling in leerjaar drie wel onderwijs heeft gevolgd, maar waarin hij geen examen heeft afgelegd. Het betreft de theoretische cq. de gemengde leerweg.




HOOFDSTUK IV HET CENTRAAL EXAMEN EN DE REKENTOETS

Artikel 21 Tijdvakken en afneming centraal examen

1. Het centraal examen kent een eerste, tweede en derde tijdvak.
2. De examens in het eerste en tweede tijdvak worden afgenomen in het laatste leerjaar.
3. De examens in het derde tijdvak worden aansluitend aan het laatste leerjaar afgenomen door het College voor Toetsen en Examens.
4. Het College voor Toetsen en Examens kan vakken aanwijzen waarin wegens het zeer geringe aantal kandidaten, het centraal examen in het tweede tijdvak eveneens wordt afgenomen door het College voor Toetsen en Examens.
5. Bij toepassing van het derde of vierde lid leveren de kandidaten de opgaven, de door hen gemaakte aantekeningen alsmede andere door hen gemaakte stukken in bij een van degenen die toezicht houden. Het College voor Toetsen en Examens bepaalt, in welke gevallen wordt afgeweken van de eerste volzin, alsmede in welke gevallen en op welk tijdstip de opgaven, de aantekeningen en de andere stukken, bedoeld in die volzin, aan de kandidaten worden teruggegeven.
6.      Het College voor Toetsen en Examens kan bepalen dat een toets plaatsvindt voor de aanvang van het eerste tijdvak.


Artikel 22 Centraal examen in eerder leerjaar

1. In afwijking van artikel 21, tweede lid, kan de schoolleider een leerling uit het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande leerjaar toelaten tot het centraal examen in één of meer vakken, niet zijnde alle vakken van het eindexamen.
2 Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het schoolexamen in dat vak of die vakken afgesloten voor aanvang van het eerste tijdvak in dat leerjaar.
3. Artikel 34, vierde lid en artikel 35, vijfde lid zijn van toepassing.
4. Indien de leerling in één of meer vakken centraal examen heeft afgelegd in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande leerjaar, en niet is bevorderd tot het volgende leerjaar, vervallen de met dit centraal examen of deze centrale examens behaalde resultaten.


Artikel 23 Opgave kandidaten centraal examen

1. De schoolleider deelt jaarlijks vóór 1 november aan de Dienst Uitvoering Onderwijs mee hoeveel kandidaten in elk vak aan het centraal examen in het eerste tijdvak zullen deelnemen.
2. De schoolleider zendt jaarlijks ten minste drie dagen voor de aanvang van de centrale examens in het eerste tijdvak aan Onze Minister een lijst waarop voor iedere kandidaat vermeld staat in welke vakken hij centraal examen zal afleggen en waarop is aangegeven welke cijfers de kandidaat voor het schoolexamen heeft behaald.
Voor de aanvang van het tweede tijdvak zendt de directeur een lijst met de kandidaten, de in het eerste tijdvak door die kandidaten behaalde cijfers, de voor zover van toepassing, alsnog behaalde cijfers voor het schoolexamen, alsmede een overzicht van het vak of de vakken waarin elke kandidaat centraal examen zal afleggen, aan Onze Minister.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op een schoolleider die op grond van artikel 103b, tweede lid van de wet, examengegevens samen met het persoonsgebonden nummer verstrekt aan Onze Minister.
4. Indien een examenprogramma differentiaties kent als bedoeld in artikel 8, derde lid, kan een kandidaat per tijdvak in niet meer differentiaties centraal examen afleggen dan volgens het desbetreffende programma is vereist. 



Artikel 24 Regels omtrent het centraal examen

1. De schoolleider zorgt ervoor dat de opgaven voor het centraal examen geheim blijven tot de aanvang van de toets waarbij deze opgaven aan de kandidaten worden voorgelegd. Het College voor Toetsen en Examens kan opgaven aanwijzen waarop de eerste volzin niet van toepassing is.
2. Tijdens een toets van het centraal examen worden aan de kandidaten geen mededelingen aangaande de opgaven gedaan van welke aard dan ook, uitgezonderd mededelingen van het College voor Toetsen en Examens. 
3. De schoolleider draagt er zorg voor dat het nodige toezicht bij het centraal examen wordt uitgeoefend.
4. Zij die toezicht hebben gehouden, maken een proces-verbaal op. Zij leveren dit in bij de schoolleider samen met het gemaakte examenwerk.
5. Een kandidaat die te laat komt, mag tot uiterlijk een half uur na de aanvang van de toets tot die toets worden toegelaten.
6. De aan de kandidaat voorgelegde opgaven voor een toets van het centraal examen blijven in het examenlokaal tot het einde van die toets.

Artikel 25 Beoordeling centraal examen

1. De schoolleider doet het gemaakte werk van het centraal examen met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen en met het proces-verbaal van het examen toekomen aan de examinator in het desbetreffende vak. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens, toe.
De examinator drukt zijn beoordeling uit in een score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens. De examinator zendt de score en het beoordeelde werk aan de schoolleider.
2. De schoolleider doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal en de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid, onverwijld aan de directeur van de school, bedoeld in artikel 36, tweede lid van het Eindexamenbesluit VO toekomen. Deze stelt het ter hand aan de gecommitteerde/de tweede corrector.
3. De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens bedoelde beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores, toe. Daarnaast voegt de gecommitteerde bij het gecorrigeerde werk, de in artikel 36, vierde lid van het Eindexamenbesluit VO bedoelde verklaring mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde. 
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid.


Artikel 26 Beoordeling centraal examen cspe

1. De schoolleider draagt er zorg voor dat bij het maken van het cspe van een eindexamen vmbo, een examinator in het desbetreffende vak of programma aanwezig is. De examinator beoordeelt de prestaties tijdens het maken van de opgaven en legt zijn bevindingen van de verrichtingen van de kandidaat schriftelijk vast, volgens daartoe door het College voor Toetsen en Examens gegeven richtlijnen. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de door het College voor Toetsen en Examens vastgestelde beoordelingsnormen toe. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor toetsen en examens. De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de schoolleider.
2. Voor het cspe vmbo vindt de beoordeling tevens plaats door een tweede examinator. De tweede examinator kan een deskundige als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de wet of een andere examinator van de school zijn. De tweede examinator beoordeelt het resultaat van de opgaven, alsmede de verrichtingen van de kandidaat zoals blijkend uit de in het eerste lid bedoelde schriftelijke vastlegging daarvan. De schoolleider overhandigt de tweede examinator daartoe een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal, alsmede de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 24, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score voor het cspe vast en zenden de score aan de schoolleider.


Artikel 27 Vaststelling score en cijfer centraal examen

1. De examinator en de gecommitteerde stellen in onderling overleg de score voor het centraal examen vast. Indien de examinator en de gecommitteerde niet tot overeenstemming komen, wordt het geschil voorgelegd aan het bevoegd gezag van de gecommitteerde. Dit bevoegd gezag kan hierover in overleg treden met het bevoegd gezag van de examinator. Indien het geschil niet kan worden beslecht, wordt hiervan melding gemaakt aan de inspectie. De inspectie kan een onafhankelijke corrector aanwijzen. De beoordeling van deze corrector komt in de plaats van de eerdere beoordelingen.
2. De schoolleider stelt het cijfer voor het centraal examen in een vak vast op grond van de score bedoeld in het eerste lid, en met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de Wet College voor toetsen en examens.


Artikel 28 Niet op regelmatige wijze afgenomen centraal examen

1. Indien het centraal examen naar het oordeel van de inspectie niet op regelmatige wijze heeft plaatsgehad, kan zij besluiten dat het geheel of gedeeltelijk voor één of meer kandidaten opnieuw wordt afgenomen.
2. De inspectie verzoekt het College voor Toetsen en Examens nieuwe opgaven vast te stellen en bepaalt op welke wijze en door wie het examen zal worden afgenomen.
3. In deze situatie kan het examen gepland worden door het College voor Toetsen en Examens tot de eerste vakantiedag van de zomervakantie.


Artikel 29 Verhindering centraal examen

1. Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de schoolleider, is verhinderd bij één of meer toetsen in het eerste tijdvak tegenwoordig te zijn, wordt hem in het tweede tijdvak de gelegenheid gegeven het centraal examen voor ten hoogste twee toetsen per dag alsnog te voltooien. 
2. Indien een kandidaat in het tweede tijdvak evenzeer verhinderd is, of wanneer hij het centraal examen in het tweede tijdvak niet kan voltooien, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde tijdvak ten overstaan van het College voor Toetsen en Examens zijn eindexamen te voltooien.
3. De kandidaat meldt zich zo spoedig mogelijk door tussenkomst van de schoolleider aan bij het College voor Toetsen en Examens. In dat geval deelt de schoolleider aan het College voor Toetsen en Examens mede, wanneer dat zich voordoet, dat ten behoeve van de kandidaat toepassing is gegeven aan artikel 42 eerste, tweede dan wel derde lid, en waaruit deze toepassing bestaat.
4. Na afloop van het derde tijdvak deelt het College voor Toetsen en Examens het resultaat mee aan de schoolleider.


Artikel 30 De rekentoets

1. De rekentoets wordt afgenomen in het voorlaatste en laatste leerjaar.
2. De schoolleider biedt in het voorlaatste leerjaar de leerling de eerste mogelijkheid om de rekentoets af te leggen.
3. De schoolleider kan de kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets behorend bij een hogere schoolsoort af te leggen.
4. Artikel 28 is van overeenkomstige toepassing.
5. Indien de leerling de rekentoets heeft afgelegd in het voorlaatste leerjaar en niet is bevorderd tot het laatste leerjaar, vervallen de met de rekentoets behaalde resultaten. In afwijking hiervan kan de leerling die na het voorlaatste leerjaar van het vwo deelneemt aan het laatste leerjaar van het havo en de leerling die na het voorlaatste leerjaar van het havo deelneemt aan het laatste leerjaar van één van de leerwegen van het vmbo, het op het vwo respectievelijk havo behaalde cijfer voor de rekentoets behouden. De leerling die na het voorlaatste leerjaar van één van de leerwegen van het vmbo op- of afstroomt naar een andere leerweg in het vmbo kan het,na cijferdifferentiatie, behaalde cijfer voor de rekentoets behouden. 


Artikel 31 Rekentoets voor kandidaten met ernstige rekenproblemen

1. Er is een rekentoets ER waarbij de opgaven zijn aangepast voor kandidaten met ernstige rekenproblemen.
2. De schoolleider informeert een kandidaat tijdig voor de eerste gelegenheid over de mogelijkheid van het afleggen van de rekentoets ER, alsmede over de mogelijke gevolgen voor doorstroom naar het vervolgonderwijs of voor de arbeidsmarkt.
3. Op verzoek van een kandidaat verleent de schoolleider toestemming voor het afleggen van de rekentoets ER, indien de kandidaat aantoonbaar ernstige problemen heeft met de beheersing van de vereiste rekenvaardigheden.
4. Er is in ieder geval sprake van aantoonbare ernstige rekenproblemen indien de kandidaat:
a. zich heeft ingespannen de vereiste rekenvaardigheden te leren;
b. daarbij gebruik heeft gemaakt van de door de school geboden extra ondersteuning; en
c. hij desondanks aanhoudend onvoldoende resultaten laat zien.



HOOFDSTUK V UITSLAG, HERKANSING EN DIPLOMERING


Artikel 32 Eindcijfer eindexamen, inclusief rekentoets

1. Het eindcijfer voor de rekentoets en alle vakken van het eindexamen wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks 1 tot en met 10.
2. De schoolleider bepaalt het eindcijfer op het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het centraal examen. Is dit gemiddelde niet een geheel getal, dan wordt dat getal, indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond. 
3. Indien in een vak alleen een schoolexamen is afgenomen en niet tevens een centraal examen,  is het cijfer voor het schoolexamen tevens het eindcijfer.
4. Van de cijfers die zijn behaald bij de gelegenheden om de rekentoets af te leggen, bedoeld in artikel 31, geldt het hoogst behaalde cijfer als eindcijfer voor de rekentoets.
5. In afwijking van het vierde lid bepaalt de schoolleider in overleg met de kandidaat die gebruik heeft gemaakt van de rekentoets ER of van meerdere gelegenheden om de rekentoets af te leggen en gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot het afleggen van de rekentoets op een hoger niveau, welk van de voor de rekentoets behaalde cijfers geldt als eindcijfer.

Artikel 33 Vaststelling uitslag

1. De schoolleider en de secretaris van het eindexamen stellen de uitslag vast met inachtneming van artikel 34 of artikel 35, en voor zover van toepassing artikel 39.
2. De uitslag luidt “geslaagd” of “afgewezen”.
3. Indien dat nodig is om de kandidaat te laten slagen betrekken de schoolleider en de secretaris van het eindexamen een of meer eindcijfers van de vakken niet bij de bepaling van de definitieve uitslag. De overgebleven vakken dienen een eindexamen te vormen.


Artikel 34 Uitslag eindexamen leerwegen vmbo in 2018

1. De kandidaat die eindexamen van een leerweg in het vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien:
a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste
        5,5 is;
b. hij voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer heeft behaald;
c. hij onverminderd onderdeel b:
1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;
2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; of
3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald;
d. hij voor geen van de onderdelen van de beroepsgerichte keuzevakken lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald.
e. hij voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijke deel, de loopbaan- en oriëntatie  begeleiding de kwalificatie <voldoende> of <goed> heeft behaald;
f. als het een eindexamen gemengde of theoretische leerweg betreft: hij voor het profielwerkstuk de kwalificatie <voldoende> of <goed> heeft behaald; en 
g. hij de rekentoets heeft afgelegd ongeacht het daarvoor behaalde eindcijfer.
De rekentoets/rekenen is geen eindexamenvak en maakt geen onderdeel uit van het centraal examen.
2. Deze regel geldt alleen voor scholen die dit jaar nog met een afdelingsvak werken: 
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt het eindcijfer van het afdelingsvak of het intrasectorale of intersectorale programma in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg meegerekend als twee eindcijfers.
3. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die eindexamen vmbo heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, geslaagd indien hij zowel voor het vak Nederlandse taal als voor het beroepsgerichte programma het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald en de rekentoets heeft afgelegd ongeacht het daarvoor behaalde eindcijfer.
Indien de vakken waarin examen is afgelegd, tezamen een eindexamen vormen van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.
4. Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag zijn vastgesteld, maakt de schoolleider deze schriftelijk aan de kandidaat bekend, onder mededeling van het in artikel 37 bepaalde. De uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 37, eerste lid, geen toepassing vindt.


Artikel 35  Uitslag eindexamen vwo en havo in 2018

1. De kandidaat die eindexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd indien:
a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers
        ten minste 5,5 is;
b. - de havo-kandidaat voor één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal 
en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A of wiskunde B als 
eindcijfer 5 of meer heeft behaald en hij voor de andere vakken, genoemd in dit 
subonderdeel als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;
          - de vwo-kandidaat voor één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal 
en literatuur, de rekentoets en voor wiskunde A, wiskunde B of 
wiskunde C als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en hij voor de andere vakken,genoemd 
in dit subonderdeel als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;
c. hij onverminderd onderdeel b:
1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of
          meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of
meer heeft behaald;
2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6.0 bedraagt;
3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5
heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6.0 bedraagt, of
4°. voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt.
d. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het tweede lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald; 
e. hij voor de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel de kwalificatie <voldoende> of <goed> heeft behaald.
f. de havo-kandidaat de rekentoets heeft afgelegd ongeacht het daarvoor behaalde eindcijfer; De rekentoets/rekenen is geen eindexamenvak en maakt geen onderdeel uit van het centraal examen.
2. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid wordt het gemiddelde van de eindcijfers van ten minste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer en het profielwerkstuk. De schoolleider kan daaraan toevoegen:
a. literatuur, als onderdeel van alle afzonderlijke moderne talen, met dien verstande dat indien de schoolleider daartoe niet besluit, literatuur voor de bepaling van de eindcijfers een onderdeel is van het schoolexamen van de desbetreffende taal en literatuur; 
b. algemene natuurwetenschappen.
c. bij bijzondere scholen: godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, met dien verstande dat indien de schoolleider daartoe niet besluit, godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs geen onderdeel is van het eindexamen, tenzij onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend met toepassing van artikel 11, eerste lid, onder c, artikel 12, eerste lid, onder c, of artikel 13, eerste lid, onder c, van het Eindexamenbesluit VO.
3. Indien de schoolleider toepassing geeft aan de tweede volzin van het tweede lid, wordt in het examenreglement vermeld welk onderdeel of welke onderdelen worden toegevoegd.
4. De schoolleider bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het tweede lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een vier of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
5. Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag zijn vastgesteld, maakt de schoolleider deze schriftelijk aan de kandidaat bekend, onder mededeling van het in artikel 37 bepaalde. De uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 37 eerste lid, geen toepassing vindt.


Artikel 36  Voorschriften cum laude in schooljaar

1. Op het diploma vwo van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij 
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de 
eindcijfers voor:
1°. de rekentoets, de vakken in het gemeenschappelijk deel van het profiel, het
combinatiecijfer en de vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld, en
b. ten minste het eindcijfer 7 of ten minste de kwalificatie <voldoende> heeft behaald voor 
de rekentoets en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 
35
2. Op het diploma havo van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de
eindcijfers voor:
1°. de vakken in het gemeenschappelijk deel van het profiel, het combinatiecijfer en de vakken van het profieldeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld, en
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie <voldoende> heeft behaald voor 
alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 35.
3. Op het diploma vmbo theoretische leerweg of gemengde leerweg wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de 
eindcijfers voor:
1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de vakken van het sectordeel, en
2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld, en
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie <voldoende> heeft behaald voor 
het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van 
artikel 34.
4. Op het diploma vmbo basisberoepsgerichte leerweg of kaderberoepsgerichte leerweg wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij 
a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van:
1°. de eindcijfers voor de twee algemene vakken uit het sectordeel, en
2°. twee maal het eindcijfer voor het afdelingsvak, intrasectorale programma of 
intersectorale programma uit het vrije deel, en
b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie <voldoende> heeft behaald voor 
alle vakken die meetellen bij de uitslagbepalingop grond van artikel 34.


Artikel 37 Herkansing centraal examen

1. Elke kandidaat heeft voor één vak van het eindexamen waarin hij reeds centraal examen heeft afgelegd, nadat ingevolge artikel 34, vierde lid, of artikel 35, vijfde lid, de eindcijfers zijn bekendgemaakt, het recht om in het tweede tijdvak of, indien artikel 30/31, eerste lid van toepassing is, in het derde tijdvak, opnieuw dan wel alsnog deel te nemen aan het centraal examen of aan het cspe. Indien het betreft het eindexamen van de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg in het vmbo, bestaat dit recht eveneens voor het cspe, af te nemen door de schoolleider aansluitend aan het eerste tijdvak of in het tweede tijdvak. De herkansing van het cspe bestaat uit het opnieuw afleggen van deze toets of van een of meer onderdelen daarvan.    
2. De kandidaat stelt de schoolleider voor een door deze laatste te bepalen dag en tijdstip schriftelijk in kennis van gebruikmaking van het in het eerste lid bedoelde recht.
3. Het hoogste van de cijfers behaald bij de herkansing en bij het eerder afgelegde centraal examen geldt als definitief cijfer voor het centraal examen.
4. Na afloop van de herkansing in het laatste leerjaar wordt de uitslag definitief vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 33 en wordt deze schriftelijk aan de kandidaat bekendgemaakt.
5. Na afloop van een herkansing in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande leerjaar wordt het eindcijfer schriftelijk aan de kandidaat bekendgemaakt.
6. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de vakken waarin in een examenjaar deeleindexamen is afgelegd. De kandidaat die in een examenjaar zowel eindexamen als een of meer deeleindexamens aflegt, oefent het in het eerste lid bedoelde recht per examenjaar ten hoogte eenmaal uit.


Artikel 38 Aantal toetsmogelijkheden (herkansingen) rekentoets

1. De kandidaat wordt binnen de periode waarin de rekentoets wordt afgenomen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, viermaal in de gelegenheid gesteld de rekentoets af te leggen, met dien verstande dat de eerste mogelijkheid in het voorlaatste schooljaar wordt geboden.
2. Indien de kandidaat in één leerjaar examen doet, wordt in afwijking van het eerste lid een kandidaat driemaal in de gelegenheid gesteld de rekentoets af te leggen.
3. De kandidaat stelt de schoolleider voor een door de schoolleider te bepalen dag en tijdstip er schriftelijk (dat mag ook digitaal) van in kennis dat hij gebruik maakt van de tweede, derde dan wel vierde gelegenheid, bedoeld in het eerste en tweede lid.
4. De schoolleider kan bij de tweede, derde of vierde gelegenheid een kandidaat alsnog in de gelegenheid stellen, gebruik te maken van de rekentoets ER of van de mogelijkheid tot het afleggen van de rekentoets op een hoger niveau.
5. Indien een kandidaat gebruik heeft gemaakt van de rekentoets ER of van de mogelijkheid om de rekentoets af te leggen op een hoger niveau, stelt de schoolleider de kandidaat in de gelegenheid bij de tweede, derde of vierde gelegenheid, de rekentoets af te leggen voor de schoolsoort of leerweg waarin hij eindexamen doet.
6. Van de cijfers die zijn behaald bij meerdere gelegenheden om de rekentoets af te leggen, geldt het hoogst behaalde cijfer als eindcijfer voor de rekentoets.
7. In afwijking van het  zesde lid, bepaalt de schoolleider in overleg met de kandidaat die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid, bedoeld in het vierde of vijfde lid, welk voor de rekentoets behaalde cijfers geldt als eindcijfer.
8. Artikel 37, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.


Artikel 39 Diploma en cijferlijst

1. De schoolleider reikt op grond van de definitieve uitslag aan elke kandidaat die eindexamen heeft afgelegd een cijferlijst uit. Hierop staan, voor zover van toepassing:
a. de cijfers voor het schoolexamen en de cijfers voor het centraal examen. Indien toepassing is gegeven aan de mogelijkheid één of meer vakken op een hoger niveau af te sluiten, wordt achter de desbetreffende vaknaam (uit dat niveau) tussen haakjes de leerweg (KB, GL of TL) of schoolsoort (havo of vwo) afgekort vermeld op de cijferlijst,  
b. voor vwo en havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het 
profielwerkstuk,
c. voor vmbo het thema van het profielwerkstuk, alsmede de beoordeling van het 
profielwerkstuk,
d. de beoordeling van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke    
opvoeding in vwo en havo,
e. de beoordeling van het kunstvak en het vak lichamelijke opvoeding uit het gemeenschappelijk deel van de leerweg in mavo en vbo,
f. de beoordeling van de maatschappelijke stage, indien: 
1°. de maatschappelijke stage is beoordeeld met <voldoende> of <goed>;
2°. deze tenminste de duur heeft gehad van 30 uren;
g. volgens welke differentiatie als bedoeld in artikel 8, derde lid, is geëxamineerd,
h. de eindcijfers voor de rekentoets en de examenvakken met inbegrip van het cijfer bepaald op grond van artikel 35, tweede lid, en
(voor de basisberoepsgerichte leerweg komt het cijfer voor de rekentoets op een aparte bijlage)
i. de uitslag van het eindexamen.
2. De schoolleider reikt op grond van de definitieve uitslag aan elke voor het eindexamen geslaagde kandidaat, daaronder mede begrepen de kandidaat die zijn eindexamen met gunstig gevolg heeft voltooid ten overstaan van het College voor Toetsen en Examens, een diploma uit waarop het profiel of de profielen zijn vermeld die bij de uitslag zijn betrokken. Op het diploma vmbo is in elk geval de leerweg vermeld die bij de uitslag is betrokken. 
3. Indien een kandidaat in meer vakken examen heeft afgelegd dan in de vakken die ten minste samen een eindexamen vormen, worden de vakken die niet bij de bepaling van de uitslag zijn betrokken, op de cijferlijst vermeld, tenzij de kandidaat daartegen bedenkingen heeft geuit.
4. Voor de vermelding op de cijferlijst van vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend bij het eindexamen geldt het volgende:
a. indien het betreft het eindexamen vwo of het eindexamen havo:
1°. de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel worden niet vermeld op de cijferlijst indien de kandidaat het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs;  
2°. de vakken algemene natuurwetenschappen, maatschappijleer en culturele en kunstzinnige vorming waarvoor de kandidaat bij het eindexamen vwo is vrijgesteld op grond van het bezit van een diploma havo, worden niet vermeld op de cijferlijst;
3°. vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld op grond van artikel 9 van het Eindexamenbesluit of artikel 10 van het Staatexamenbesluit VO, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;  
4°. vakken waarvoor de kandidaat bij het eindexamen vwo is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen havo of eindexamen vmbo waarvan deze vwo-vakken deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
5o. vakken waarvoor de kandidaat bij het eindexamen havo is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen vmbo waarvan deze vakken dan wel de overeenkomstige vakken, bedoeld in artikel 14, achtste lid, van de wet, deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
6o. andere vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer;
b. indien het betreft het eindexamen vmbo:
          1o.      de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans, drama en 
       lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel worden niet vermeld op 
     de cijferlijst indien de kandidaat het eindexamen aflegt aan een instelling voor  
     educatie en beroepsonderwijs;
2°. vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld op grond van artikel 9 van het Eindexamenbesluit VO of artikel 10 van het Staatsexamenbesluit VO, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
3°. vakken waarvoor de kandidaat bij het eindexamen vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg, is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen vmbo voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg of de basisberoepsgerichte leerweg waarvan deze vakken dan wel de overeenkomstige vakken, bedoeld in artikel 10, negende lid, van de wet, deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
4°. vakken waarvoor de kandidaat op grond van artikel 23, achtste lid, artikel 24, zevende lid, of artikel 25, zevende lid van het Eindexamenbesluit VO bij het eindexamen vmbo zijn vrijgesteld, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer;
5°. vakken die op grond van artikel 22, achtste lid van het Eindexamenbesluit VO, zijn gekozen in aanvulling op de daar bedoelde voorgeschreven vakken, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het daarvoor behaalde cijfer;
6°. andere vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer.
5. Op de cijferlijst wordt de rekentoets waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend bij het eindexamen, vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer.
6. Bij vermelding van de rekentoets op de cijferlijst wordt de toevoeging “ER” geplaatst indien het een rekentoets voor kandidaten met ernstige rekenproblemen betreft.
7. De schoolleider en de secretaris van het eindexamen tekenen de diploma’s en de cijferlijsten.
8. Indien de kandidaat in een bepaald jaar is geslaagd voor het eindexamen, draagt de schoolleider er op verzoek van de kandidaat zorg voor dat de behaalde cijfers voor de vakken waarin in datzelfde jaar deeleindexamen of deelstaatsexamen is afgelegd, worden vermeld op de cijferlijst.
9. De schoolleider van een scholengemeenschap die in elk geval een school voor mavo omvat, reikt op verzoek van de kandidaat die met goed gevolg het examen vmbo in de gemengde leerweg aan die school heeft afgelegd en bovendien examen heeft afgelegd in een extra algemeen vak en met het meetellen van dat vak voldoet aan artikel 34 voor zover het betreft de uitslag van het eindexamen vmbo in de theoretische leerweg, het diploma vmbo in de theoretische leerweg uit.


Artikel 40 Certificaat

1. De schoolleider reikt aan de definitief voor het eindexamen vmbo afgewezen kandidaat die de school verlaat en die voor één of meer vakken of de rekentoets van dat eindexamen een eindcijfer 6 of meer heeft behaald, een certificaat uit, waarop zijn vermeld, voor zover van toepassing:
a. het vak of de vakken waarvoor de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
b. de rekentoets, indien de kandidaat een eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en
c. het thema van het profielwerkstuk, voor zover beoordeeld met “goed” of “voldoende”.
2. Bij vermelding van de rekentoets op het certificaat wordt de toevoeging “ER” geplaatst indien het een rekentoets voor kandidaten met ernstige rekenproblemen betreft.

Artikel  41 Duplicaten en afgifte verklaringen

1. Duplicaten van afgegeven diploma’s, certificaten, bewijzen van ontheffing en cijferlijsten worden niet verstrekt. Gewaarmerkte kopieën worden op verzoek verstrekt.
2. Een schriftelijke verklaring dat een in het eerste lid, eerste volzin, bedoeld document is afgegeven, welke verklaring dezelfde waarde heeft als dat document zelf, kan uitsluitend door Onze Minister worden verstrekt.


HOOFDSTUK VI OVERIGE BEPALINGEN


Artikel 42 Afwijking wijze van examineren

1. De schoolleider kan toestaan dat een gehandicapte kandidaat het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die kandidaat. In dat geval bepaalt de schoolleider de wijze waarop het examen zal worden afgelegd, met dien verstande dat aan de overige bepalingen in het Eindexamenbesluit VO wordt voldaan. Hij doet hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan de inspectie.
2. Tenzij sprake is van een objectief waarneembare lichamelijke handicap, geldt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde aangepaste wijze van examineren dat:
a. er een deskundigenverklaring is die door een ter zake deskundige psycholoog of orthopedagoog is opgesteld,
b. de aanpassing voor zover betrekking hebbend op het centraal examen of de rekentoets in ieder geval kan bestaan uit een verlenging van de duur van de desbetreffende toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten, en
c. een andere aanpassing slechts kan worden toegestaan voor zover daartoe in de onder a. genoemde deskundigenverklaring ten aanzien van betrokkkene een voorstel wordt gedaan dan wel indien de aanpassing aantoonbaar aansluit bij de begeleidingsadviezen, vermeld in die deskundigenverklaring.
3. De schoolleider kan in verband met onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal afwijken van de voorschriften gegeven bij of krachtens het Eindexamenbesluit VO, ten aanzien van een kandidaat die met inbegrip van het schooljaar waarin hij eindexamen aflegt, ten hoogst zes jaren onderwijs in Nederland heeft gevolgd en voor wie het Nederlands niet de moedertaal is. De in de eerste volzin bedoelde afwijking kan betrekking hebben op: 
a. het vak Nederlandse taal en literatuur;
b. het vak Nederlandse taal;
c. enig andere vak waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende betekenis is.
4. De in het derde lid bedoelde afwijking bestaat voor zover betrekking hebbend op het centraal examen slechts uit een verlenging van de duur van de toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten en het verlenen tot toestemming tot gebruik van een verklarend woordenboek der Nederlandse taal en een woordenboek Nederlands naar zijn moedertaal.
5. Van elke afwijking op grond van het derde lid wordt mededeling gedaan aan de inspectie.


Artikel 43 Gegevensverstrekking

1. Na de vaststelling van de definitieve uitslag stuurt de schoolleider aan de minister van OCW en aan de inspectie een opgave waarop voor alle kandidaten voor zover van toepassing zijn vermeld:
a. het profiel of de profielen dan wel de leerweg waarop het examen betrekking heeft;
b. de vakken waarin examen is afgelegd;
c. de cijfers van het schoolexamen alsmede in voorkomend geval, het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft en de beoordeling en het thema van het profielwerkstuk;
d. de cijfers van het centraal examen;
e. de rekentoets waarvoor het eindcijfer is vastgesteld met het bijbehorende niveau,
alsmede of gebruik is gemaakt van de rekentoets ER; 
f. de eindcijfers;
g. de uitslag van het eindexamen.
Dit geldt ook voor eindcijfers die in het voorlaatste leerjaar of direct daaraan voorgaande leerjaar zijn behaald.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een schoolleider die op grond van artikel 103b, tweede lid, van de wet examengegevens samen met het persoonsgebonden nummer verstrekt aan de minister van OCW.


Artikel 44 Bewaren examenwerk

1. Het werk van het centraal examen van de kandidaten wordt gedurende ten minste zes maanden na de vaststelling van de uitslag bewaard door de schoolleider, ter inzage voor belanghebbenden.
2. Een door de schoolleider en de secretaris van het examen ondertekend exemplaar van de opgave, zoals bedoeld in artikel 43 wordt gedurende tenminste zes maanden na de vaststelling van de uitslag in het archief van de school bewaard.
3. De schoolleider draagt er zorg voor dat een volledig stel van de bij de centrale examens gebruikte opgaven gedurende tenminste zes maanden na de vaststelling van de uitslag bewaard blijft in het (digitale) archief van de school.
4. Een kandidaat die voor een vak ten overstaan van het College voor Toetsen en Examens centraal examen aflegt met geheime opgaven, kan omtrent zijn werk gedurende genoemde periode van zes maanden inlichtingen inwinnen bij dit College.

Artikel 45 Afwijkende inrichting examen

Ten behoeve van experimenten met een andere inrichting van het eindexamen kan de Minister van OCW toestaan dat van het Eindexamenbesluit VO wordt afgeweken.

Artikel 46 Spreiding voltooiing eindexamen

1. De schoolleider kan, de inspectie gehoord, toestaan dat een kandidaat die in het laatste leerjaar langdurig ziek is, en een kandidaat die lange tijd ten gevolge van een bijzondere, van de wil van de kandidaat onafhankelijke omstandigheid niet in staat is geweest het onderwijs in alle betrokken eindexamenvakken gedurende het laatste leerjaar te volgen, het centraal examen en in voorkomend geval het schoolexamen, voor een deel van de vakken in het ene schooljaar en voor het andere deel in het daarop volgende schooljaar aflegt. In dat geval wordt het eindexamen in een vak in het eerste of in het tweede van deze schooljaren afgesloten.
2. Het eerste lid is van toepassing op de rekentoets, met dien verstande dat de rekentoets in het ene schooljaar of in het daarop volgende schooljaar kan worden afgelegd. De leerling heeft recht op vier mogelijkheden om de rekentoets af te leggen waarvan één in de voorexamenklas en de andere drie verdeeld over beide examenjaren (zie artikel 30.2 en 38.1).
3. De schoolleider geeft zijn in het eerste lid bedoelde toestemming uiterlijk voor de aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen. In bijzondere gevallen kan de schoolleider afwijken van de eerste volzin ten behoeve van een kandidaat die nog niet in alle betrokken eindexamenvakken centraal examen heeft afgelegd.
4. Artikel 37, eerste tot en met vierde lid is ten aanzien van de kandidaat van toepassing in het eerste en in het tweede schooljaar van het gespreid centraal examen, met dien verstande dat het in dat artikel bedoelde recht in het eerste schooljaar ontstaat nadat de eindcijfers van de vakken waarvoor in het eerste schooljaar het centraal examen is afgesloten, voor de eerste maal zijn vastgesteld.
5. Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de eindcijfers, behaald tot en met het eerste schooljaar van het gespreid centraal examen, zendt de schoolleider aan Onze Minister een opgave waarop voor die kandidaat zijn vermeld de gegevens, genoemd in artikel 43, onderdelen a tot en met g.
6. De schoolleider en de secretaris stellen op verzoek van de kandidaat de uitslag van het eindexamen reeds vast aan het einde van het eerste schooljaar van het gespreid centraal examen of het gespreid schoolexamen, met overeenkomstige toepassing van artikel 34 of artikel 35.



HOOFDSTUK VII SLOTBEPALINGEN

Artikel 47 Onvoorziene omstandigheden

In alle gevallen waarin dit examenreglement niet voorziet, beslist de schoolleider.

Artikel 48 Inwerkingtreding examenreglement

Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 augustus 2017.



Contact

Absentenlijn
0575-552393

Het Hoge
(hoofdgebouw)

Het Hoge 41
7251 XV Vorden
0575-551155


Nieuwstad
(praktijkgebouw)

Nieuwstad 49
7251 AG Vorden
0575-555968

beeckland@ulenhof.nl
www.beeckland.nl/