Bevordering

Bevordering
Rapporten

Leerlingen worden regelmatig beoordeeld op grond van hun prestaties. Zij krijgen cijfers voor:
– proefwerken, schriftelijke of mondelinge overhoringen en luistertoetsen
– huiswerk
– werkstukken
– presentaties
– praktijkdrachten.
Alle indrukken die een docent hierdoor van een leerling krijgt, worden drie keer per jaar uitgedrukt in een rapportcijfer.
De rapporten worden als volgt samengesteld: 
- Bij het samenstellen van de rapporten wordt gebruik gemaakt van een voortschrijdend gemiddelde.
- Daarmee worden 3 rapporten samengesteld (kerst-, paas- en overgangsrapport).
- De rapportcijfers worden afgerond op één decimaal.
- De cijfers van het overgangsrapport worden in het eerste en tweede leerjaar afgerond op hele of halve cijfers volgens de normale afrondingsregels.

Cijfers

Voor het samenstellen van de rapporten wordt gebruik gemaakt van de cijfers 1 tot en met 10.
Weging van de onvoldoendes:
5 ½ = ½ berekende onvoldoende
5 = 1 berekende onvoldoende
4 ½ = 1 ½ berekende onvoldoende
4 of lager = 2 berekende onvoldoendes.



N.B. In leerjaar 1 mag niet meer dan één repetitie per dag worden opgegeven met een maximum van drie per week. In leerjaar 2 en hoger mogen twee repetities per dag worden opgegeven, maar niet meer dan 4 per week.

Inzicht, werkhouding en leerwegadviezen

De docent beoordeelt bij ieder rapport in de eerste twee leerjaren en bij het 1e periodecijfer in leerjaar 3 de volgende onderdelen: inzicht, gedrag en inzet met o, v, of g. Mede aan de hand hiervan geeft elke docent voor zijn vak een leerwegadvies.
Voorbeeld:
Als een docent vindt dat een leerling in het 2e leerjaar KB op het juiste niveau werkt, dan vult hij als advies een “K” (= kaderberoepsgericht) in. Is hij van mening dat de leerling een niveau hoger aan zou moeten kunnen, dan wordt “GL” (= gemengde leerweg) ingevuld. Haalt een leerling het niveau volgens de docent niet, dan wordt een “B” (= basisberoepsgericht) ingevuld.

Voorbereiding van de rapportvergadering
De mentor en de leerwegcoördinator bereiden samen een rapportenvergadering voor. Zij letten dus naast de behaalde cijfers ook op de vak-aspecten en geven kernvakken extra gewicht. Zij maken de voorstellen voor bevordering, doubleren of veranderen van leerweg.

Overgangsregeling

Leerjaar 1 basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
Het overgangscijfer is het voortschrijdend gemiddelde van alle cijfers die in het desbetreffende schooljaar zijn behaald. Voor de vakken ne, rk, en, gs, ak, wi, bi, nask geldt: - dat er niet meer dan 3 berekende onvoldoendes mogen voorkomen - dat het totaal aantal punten voor deze vakken minimaal 47 moet zijn. Voor het totale aantal vakken geldt:
- dat er niet meer dan 5 berekende onvoldoendes mogen voorkomen
- dat het gemiddelde van alle cijfers 6 moet zijn.

Leerjaar 1 gemengde leerweg en mavo
Het overgangscijfer is het voortschrijdend gemiddelde van alle cijfers die in het desbetreffende schooljaar zijn behaald.
Voor de vakken ne, rk, fa, en, gs, ak, wi, bi, nask geldt:
- dat er niet meer dan 3 berekende onvoldoendes mogen voorkomen
- dat het totaal aantal punten voor deze vakken minimaal 53 moet zijn.
Voor het totale aantal vakken geldt:
- dat er niet meer dan 5 berekende onvoldoendes mogen voorkomen
- dat het gemiddelde van alle cijfers 6 moet zijn.

Leerjaar 2 basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
Het overgangscijfer is het voortschrijdend gemiddelde van alle cijfers die in het desbetreffende schooljaar zijn behaald.
Voor de vakken ne, rk, du, en, gs, ak, wi, nask, bi, ec geldt:
- dat er niet meer dan 3 berekende onvoldoendes mogen voorkomen
- dat het totaal aantal punten voor deze vakken minimaal 59 moet zijn.
Voor het totale aantal vakken geldt:
- dat er niet meer dan 5 berekende onvoldoendes mogen voorkomen
- dat het gemiddelde van alle cijfers 6 moet zijn.


Leerjaar 2 gemengde leerweg en mavo

Het overgangscijfer is het voortschrijdend gemiddelde van alle cijfers die in het desbetreffende schooljaar zijn behaald.
Voor de vakken ne, rk fa, du, en, bi, gs, ak, wi, nask, ec geldt:
- dat er niet meer dan 3 berekende onvoldoendes mogen voorkomen
- dat het totaal aantal punten voor deze vakken minimaal 65 moet zijn.
Voor het totale aantal vakken geldt:
- dat er niet meer dan 5 berekende onvoldoendes mogen voorkomen
- dat het gemiddelde van alle cijfers 6 moet zijn.

Leerjaar 3 basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
Het overgangscijfer is het voortschrijdend gemiddelde van alle cijfers die in het desbetreffende schooljaar zijn behaald,
- dit cijfer wordt afgerond op 1 decimaal;
- voor de examenvakken geldt dat de leerling in het vierde leerjaar met deze cijferlijst geslaagd zou zijn;
- voor de niet-examenvakken geldt, dat het gemiddelde een 6,0 of hoger moet zijn en er niet meer dan één van deze vakken onvoldoende is. Dit cijfer mag niet lager zijn dan een 4.

Leerjaar 3 gemengde leerweg en mavo
Het overgangscijfer is het voortschrijdend gemiddelde van alle cijfers die in het desbetreffende schooljaar zijn behaald,
- dit cijfer wordt afgerond op 1 decimaal;
- voor de examenvakken geldt dat de leerling in het vierde leerjaar met deze cijferlijst geslaagd zou zijn;
- voor de niet-examenvakken geldt, dat het gemiddelde een 6,0 of hoger moet zijn en er niet meer dan één van deze vakken onvoldoende is. Dit cijfer mag niet lager zijn dan een 4.

Gerichte plaatsing
Een leerling kan worden geplaatst in een andere leerweg als zijn resultaten daartoe, naar het oordeel van de docentenvergadering, aanleiding geven.

Wanneer wordt een leerling tijdens een rapportenvergadering besproken?
-
Als de leerling niet voldoet aan de overgangsnormen.
- Als een leerling niet voldoet aan één van de overgangsnormen.
- Als de mentor en de leerwegcoördinator een niveauverandering voorstellen.

In schrijnende gevallen, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan persoonlijke omstandigheden, werkhouding en inzet, kan door de vergadering worden beslist of en zo ja onder welke voorwaarden een leerling alsnog kan worden bevorderd.

Revisie
Ouders kunnen revisie aanvragen als zij het niet eens zijn met het overgangsbesluit of het leerwegadvies. Er moet dan wel sprake zijn van nieuwe feiten die het opnieuw overwegen van het overgangsbesluit of het leerwegadvies noodzakelijk maken.