Onderbouw

Onderbouw

Bij hun aanmelding worden de leerlingen voorlopig in een leerweg geplaatst, zij kunnen nog op-of afstromen. Aan het begin van klas drie zijn de leerlingen definitief geplaatst in één van de leerwegen.

Elke leerling leert op zijn eigen niveau en wordt gestimuleerd om het beste uit zichzelf te halen. Dat gebeurt door leeractiviteiten af te wisselen, omdat niet elke leerling op dezelfde manier het beste leert. Ook samenwerkend leren wordt bevorderd, waardoor leerlingen oog krijgen voor hun eigen en elkaars kwaliteiten.

Onderwijskundige ontwikkelingen in de onderbouw

Door het werken aan projecten, leren de leerlingen samenwerken en ontdekken ze de samenhang tussen de vakken. Het leren wordt op die manier meer ‘ervaringsgericht’, dat wil zeggen: leren door te doen. De samenhang tussen de vakken komt ook tot uitdrukking in de lessen die de basisberoepsgerichte leerlingen krijgen in de leertuin. 

 

De leertuin

De leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg krijgen in de leertuin les in alle vakken van een klein aantal docenten. Hierdoor ontstaat meer rust en structuur en de samenhang tussen de vakken wordt duidelijker. De leerlingen werken met een weektaak. Hierop staan de meeste AVO vakken (Nederlands, Engels, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde en biologie). De docenten geven een

aantal lesuren klassikaal les. Daarnaast hebben de leerlingen “leertuinuren”. Tijdens deze uren werken ze aan hun weektaak. De docent heeft dan meer een begeleidende rol. Vakken die buiten de leertuin vallen (tekenen, handvaardigheid, techniek, muziek, levensbeschouwing, bewegingsonderwijs, natuurscheikunde en LOB) worden gegeven in het vaklokaal, op een vast tijdstip in het weekrooster.

 
Loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB)

Omdat het voor leerlingen moeilijk is om een keuze te maken uit de vervolgopleidingen en de daarbij behorende beroepen ontwikkelt 't Beeckland een doorlopende leerlijn loopbaanoriëntatie. Elke leerling heeft een mentor of een coach met wie hij, samen met zijn ouders, begeleidingsgesprekken voert. In deze gesprekken zijn ze samen op zoek naar antwoord op vragen als: “Wie ben ik en wat kan ik?" In de onderbouw staat, voor de basis- en kaderleerlingen, het vak omgangskunde op het rooster. De leerlingen maken op uitgebreide schaal kennis met verschillende beroepen. Zij leren dat het niet alleen gaat om wát je kiest, maar ook hóe je kiest. In de lessen wordt ook veel aandacht besteed aan het zicht krijgen op en ontwikkelen van competenties die voor het uitoefenen van de verschillende beroepen van belang zijn. In de bovenbouw wordt die competentie-ontwikkeling doorgezet. Leerlingen van de Mavo en de gemengde leerweg krijgen het vak T&T (Technologie en Toepassing) waarin zij werken aan levensechte projecten, waarbij bedrijven of instellingen hun opdrachtgevers zijn. Allerlei vaardigheden die nodig zijn om een bewuste keuze te maken voor een vervolgopleiding leren zij op deze manier "al doende".

Bèta-Challenge

Leerlingen van de mavo en de gemengde leerweg volgen in leerjaar 1 en het vak Technologie en Toepassing (T&T). Dit gebeurt volgens de methode Bèta Challange. Bèta Challange biedt een interessant en uitdagend programma dat tot de verbeelding spreekt van leerlingen die wellicht in eerst instantie geen belangstelling hadden voor techniek. Binnen Bèta Challange maken de leerlingen kennis met alle aspecten van technologie en innovatie. In samenwerking met het mbo, bedrijven en maatschappelijke instellingen is een programma ontwikkeld, waarin leerlingen met levensechte opdrachten werken en zo doende bezig zijn met hun loopbaanoriëntatie. In de bovenbouw kunnen leerlingen het vak T&T kiezen, waardoor ze hun kansen op een goede voortzetting naar havo 4 met het project NT, of een technische richting in het mbo vergroten. Het vak T&T wordt afgesloten door het examen D&P.